Eeuwenoude beelden, actuele gevolgen: over moslimdiscriminatie en beeldvorming

Tijdens het jaarcongres van de NCDR verzorgde ik samen met Çiğdem Yüksel een deelsessie over de beeldvorming van moslims – van middeleeuwse vijandbeelden tot hedendaagse nieuwsframes – en wat die geschiedenis betekent voor de uitsluiting van moslims in Nederland vandaag.

Geen enkele groep in Nederland geeft zo vaak aan zich gediscrimineerd te voelen als moslims. De laatste jaren zien we een toename van het aantal incidenten gericht tegen moskeeën, en ook het aantal meldingen van moslimdiscriminatie groeit. Er is inmiddels meer dan genoeg onderzoek dat laat zien dat moslimdiscriminatie in Nederland geen randverschijnsel is, maar een structureel en institutioneel probleem.

Toch wordt juist déze vorm van discriminatie door de landelijke politiek opvallend hardnekkig genegeerd. Een meerderheid in de Tweede Kamer weigert keer op keer in debat te gaan over moslimdiscriminatie. Een aantal partijen ontkennen zelfs expliciet dat er sprake is van moslimdiscriminatie en deze maand nog stemde een ruime rechtse Kamermeerderheid in met een motie van de SGP waarin de regering werd verzocht zich “in het overheidsbeleid en in de praktijk van overheidsdiensten en -instanties bewust afzijdig te houden van vermelding en erkenning van de internationale dag voor de bestrijding van islamofobie.”

In het huidige coalitieakkoord wordt moslimdiscriminatie voor het eerst sinds 2017 niet eens meer genoemd. Waar andere vormen van discriminatie – terecht – expliciete prioriteit krijgen, wordt moslimdiscriminatie genegeerd.

Daarmee wordt moslimdiscriminatie zélf het object van ongelijke behandeling.

De Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme (NCDR) kiest gelukkig een andere koers. Al jaren maakt de NCDR ruimte voor een deelsessie over moslimdiscriminatie tijdens zijn jaarcongres. Dit jaar werd bovendien een speciale programmaleider moslimdiscriminatie aangekondigd.

Het belang van beeldvorming

Persoonlijk vind ik ‘islamofobie’ geen adequate term. Hetzelfde geldt trouwens ook voor ‘homofobie’, ‘xenofobie’ of ‘antisemitisme’. Omdat ik niet altijd zin heb in lange semantische discussies, gebruik ik daarom zelf liever ‘moslimhaat’ of ‘anti-moslimracisme’, al zijn ook die termen niet perfect.

Belangrijker is vooral te beseffen dat alleen ‘discriminatie’ ontoereikend is. Discriminatie komt immers niet uit de lucht vallen. Het ontstaat ontstaat op grond van vooroordelen en overtuigingen over andere groepen en weerspiegelt vrijwel altijd een machtsverhouding. Discriminatie op grond van herkomst of huidskleur bijvoorbeeld komt voort uit racisme; discriminatie van vrouwen is geworteld in seksisme en diepgewortelde ideeen over man-vrouw verhouding en discriminatie van joden komt voort uit eeuwenoude antisemitische denkbeelden.
Voor moslimdiscriminatie geldt precies hetzelfde. Het is geworteld in een samenstel van generaliserende ideeën, beelden, symbolen en teksten die systematisch en consistent een negatieve betekenis geven aan ‘moslims’ of vermeende moslims. Je naam, accent, huidskleur, hoofddoek of baard kunnen voldoende zijn om met vooroordelen en uitsluiting te maken te krijgen.

En of je dat dan islamofobie, moslimhaat of anti-moslimracisme noemt, interesseert mij uiteindelijk weinig als het maar benoemd wordt. Wie het verschijnsel geen naam gunt, ontkent immers impliciet dat er een samenhangend patroon achter al die ogenschijnlijk losse incidenten schuilgaat.

Van feit naar frame: beeldvorming van moslims in Nederland

Voor die samenhangende patronen is nog veel te weinig aandacht. Het was daarom mooi en eervol dat ik tijdens het jaarcongres van de NCDR afgelopen donderdag samen met fotograaf en kunstenaar Çiğdem Yüksel een deelsessie mocht verzorgen over beeldvorming van moslims in Nederland. Eerder deed ik met Çiğdem onderzoek naar de wijze waarop moslima’s worden afgebeeld in de databank van het ANP en in vijf Nederlandse kranten.

Foto: Mohamed Derraz

We lieten tijdens onze deelsessie zien hoe moslims al decennialang in een repertoire van frames verschijnen: als veiligheidsrisico, als inferieure culturele afwijking, als vijfde colonne, overheersers (islamisering) of – bij hoge uitzondering – als “goede” knuffelmoslim die (onder voorwaarden) mag blijven. Aan de hand van historische voorbeelden, mediabeelden en onderzoek naar nieuws- en fotoselectie lieten we zien hoe hardnekkig die frames zijn en hoeveel invloed ze hebben op de manier waarop moslims worden bekeken, behandeld en beoordeeld.

In onze presentatie en de discussie na afloop probeerden we te benadrukken dat het bij moslimdiscriminatie dus niet alleen gaat om scheve cijfers of individuele incidenten, maar ook om een diep ingebedde beeldvorming: Wie steeds opnieuw door politici en media als probleem, risico of uitzondering wordt neergezet, krijgt in het dagelijks leven vaker te maken met (institutioneel) wantrouwen, uitsluiting en geweld.

Dit veranderen is niet alleen een zaak van moslims, maar van iedere Nederlander die waarde hecht aan onze Grondwet. Terecht dat daarom door in de discussie na afloop werd gewezen op het belang dat omstanders stelling nemen tegen moslimhaat.

Ook blijft aandacht voor representatie zo belangrijk. Zolang moslims in kranten en praatprogramma’s vooral object van gesprek zijn en niet aan tafel zitten als presentator of expert, zolang de (hoofd)redacties vooral bestaan uit mannen en vrouwen die allemaal op elkaar lijken, verandert er weinig. Voor alle redacties: gebruik eens een ander adresboekje. NTR journalist Abdel el Bacha wees tijdens de discussie op het bestaan van ‘De Vrije Lijst’; een databestand met een paar honderd experts. Hierop staan veel mensen met een diverse culturele achtergrond, vrouwen, maar wordt ook rekening gehouden met geografische spreiding. De lijst is toegankelijk voor journalisten van de publieke omroepen.

Dat de NCDR dit thema jaar na jaar een plek geeft op het congres is geen luxe, maar noodzaak. Het is te hopen dat de landelijke politiek daar een voorbeeld aan neemt.

Çiğdem en ik hebben veel tijd en onderzoek aan de voorbereiding van de deelsessie besteed en willen graag ook op andere plekken de presentatie geven en het gesprek aangaan.

Plaats een reactie