‘Boetes voor overleven op straat?’

Verkennend onderzoek naar het stoppen met beboeten van dakloze mensen voor overlevingsactiviteiten

Een boete voor buitenslapen, bedelen of buiten je behoefte doen lost niets op en richt schade aan. Dat zien professionals die op straat en in de opvang met dakloze mensen werken. Maar gemeenten die stoppen met beboeten van overlevingsactiviteiten lopen wel tegen grenzen aan: er zijn te weinig woningen, opvangplekken, gespecialiseerde zorg en hulpverleners op straat. Dat blijkt uit  het onderzoek ‘Boetes voor overleven op straat?’, dat ik samen met Eva Klooster en Hille Hoogland uitvoerde in opdracht van het College voor de Rechten van de Mens.

Niemand kiest voor een leven op straat. De meeste mensen die noodgedwongen buiten overleven, proberen uit het zicht te blijven en niemand tot last te zijn. Wie dan een boete krijgt voor slapen, wordt gestraft voor iets wat anderen gewoon binnenshuis doen. Dat raakt aan het recht op een waardig leven en was de aanleiding voor het College om dit onderzoek te laten doen.

Aanpak van het onderzoek
We keken in tien gemeenten naar het beleid ten aanzien van dakloze mensen en overlevingsactiviteiten. Daarna zoomden we in op de praktijk in Nijmegen, Eindhoven en Amsterdam, omdat deze gemeenten ervoor hebben gekozen niet meer te handhaven op dakloze mensen die buitenslapen.

We deden uitgebreid deskresearch en spraken met 62 betrokkenen. Onder hen waren leidinggevenden en beleidsmedewerkers, en professionals uit de hulpverlening, het veldwerk, de opvang, de handhaving en de politie. Ook spraken we met dakloze mensen, mensen met ervaringskennis en belangenbehartigers van dak- en thuisloze mensen. Een adviesraad van deskundigen met ervaringskennis dacht op verzoek van het College het hele onderzoek mee. De kernvraag was steeds: wat valt er te leren van gemeenten die zijn gestopt met beboeten of daarmee bezig zijn?

Wat betrokken professionals en ervaringsdeskundigen zien
Boetes worden schulden die dakloze mensen met zich meedragen, en dat levert frustratie op. Die komt bovenop het toch al harde bestaan op straat, waardoor bij veel dakloze mensen ernstige psychische en verslavingsproblemen ontstaan en verergeren. Tegelijkertijd neemt het aantal mensen met multiproblematiek toe. Dat heeft gevolgen voor de leefbaarheid én voor de druk op opvang en zorg in gemeenten.

Hulpverleners merken dat iemand eerder zorg of opvang accepteert als er sprake is van vertrouwen. Boetes ondermijnen dat vertrouwen, net als bijvoorbeeld het weghalen van tenten. Geïnterviewden bij politie en handhaving zien nauwelijks dat een boete gedrag verandert: wie geen huis, geld of alternatief heeft, kan er niet zomaar mee ophouden.

In gemeenten die stoppen met boetes voor overlevingsactiviteiten, wordt het contact met dakloze mensen belangrijker. Goede ervaringen zijn er met het werken met duo’s: een veldwerker of GGD-medewerker gaat dan samen met een agent of handhaver de straat op. Dat maakt laagdrempelig contact mogelijk en brengt zorgexpertise naar de plek waar mensen verblijven.

Uit de gesprekken komt naar voren wat de overgang naar het stoppen met beboeten makkelijker maakt. Handhavers en agenten hebben een duidelijk handelingskader en training nodig, met een vaste rol voor mensen met ervaringskennis. Het helpt als huisvesting en dakloosheid onder één wethouder en één afdeling vallen. En er moeten genoeg veldwerkers zijn, en voldoende 24-uursopvang, openbare toiletten en gebruikersruimten.

Grote, complexe vraagstukken komen op straat samen
Het aantal dakloze mensen groeit, terwijl wat zij nodig hebben voor een menswaardig bestaan ontbreekt of tekortschiet. Op straat komen meerdere grote maatschappelijke vraagstukken samen: de woningnood, schulden, EU-arbeidsmigratie, en te weinig tijd en middelen in de ggz, de verslavingszorg, het veldwerk, de opvang en bij politie en handhaving. Geen van die ontwikkelingen verklaart de situatie op zichzelf. Samen zorgen ze voor minder capaciteit en maatwerk voor een groeiende groep die meer specialistische hulp nodig heeft.

Gemeenten kunnen dit niet alleen. Die waarschuwing klonk in vrijwel alle gesprekken. Het woningtekort ondermijnt elke lokale aanpak, en de dakloosheid onder EU-arbeidsmigranten gaat de mogelijkheden van gemeenten te boven. Daar is meer landelijke steun voor nodig.

Gemeenten zoeken nog naar het antwoord
Het onderwerp ligt gevoelig en staat volop in de politieke belangstelling. Alle onderzochte gemeenten zoeken nog naar een passende aanpak: handelingskaders worden ontwikkeld, pilots gestart en er wordt geëvalueerd. Geen enkele gemeente noemt de eigen werkwijze sluitend. De praktijken die we in het verkennende onderzoek beschrijven, zijn veelbelovend, maar nog niet onafhankelijk geëvalueerd.

Intussen groeit het probleem op straat. Dat vraagt volgens ons om pal te blijven staan voor de mensenrechten van mensen die daar proberen te overleven. Echte overlast verdient een serieus antwoord. Een boete voor slapen, bedelen of het doen van je behoefte is dat antwoord niet.

Het onderzoek is uitgevoerd onder de vlag van Klooster Onderzoek en Advies, het bureau van Eva Klooster. Dit bericht verscheen eerder op haar website.

Het hele rapport is hier te lezen.
Tegelijk met het rapport bracht het College voor de Rechten van de Mens een handreiking en een factsheet voor gemeenten.

Plaats een reactie